Passiespel en schooljeugd

De jubelende tonen van het Halelujah uit Handels Messiah die de kerk vulden na afloop van de uitvoering van het Passiespel. Het applaus en de ontroerde blikken van de toeschouwers in de kerkbanken die ons ten deel vielen, terwijl wij als afsluiting na het spel in een optocht door de het gangpad liepen. De trots en de opluchting dat we met het uitvoeren van het lijdensverhaal van Christus onze ouders, familie en alle anderen die naar de kerk waren gekomen, hadden weten te boeien. Dat is wat mij het meest is bij gebleven van het Passiespel dat in 1960 werd uitgevoerd door leerlingen van de Lagere Technische- en Huishoudschool in Huissen in de stadskerk Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming.

Het begon met het gerucht dat ineens door de huishoudschool in de Huismanstraat gonsde. Er zou een toneelstuk worden opgevoerd samen met de jongens van de ambachtschool. Samen met jongens! Onze ontluikende hormonen gierden door onze lijven. Directrice juffrouw Lubbers bracht al gauw duidelijkheid; de beide scholen zouden samen het Passiespel opvoeren in de stadskerk. In een kerkdienst zou bekend gemaakt worden wie er aan mee mocht doen. Toen het zover was zaten alle leerlingen gespannen te wachten. Mag ik meedoen? Een voor een werden kinderen naar voren geroepen, op het altaar kregen zij hun rollen toebedeeld. De spanning steeg. Mijn naam klonk, met negen andere meisjes was ik gekozen als rei-zegster. De vertolksters van het gezongen woord. Verbaasd was ik wel, schijnbaar kon ik dan redelijk zingen als ik daar bij mocht horen. Steeds belangrijker rollen volgden. Wij, christelijk opgevoede kinderen, kenden allemaal het lijdensverhaal van Jezus, wij wisten dat de belangrijkste rollen nu aan de beurt waren. Het meisje met een weelderige bos lange haren mocht Maria Magdalena zijn. De stilte zinderde door de kerk toen na elkaar de rollen van Maria en Jezus bekend gemaakt werden. Vol van wat verteld was over wat er van ons verwacht werd, fietsten we na de kerkdienst naar huis.
Een drukke tijd brak aan. Tijdens de naailessen werden de kledingstukken gemaakt. Op de ambachtschool kregen de decors vorm. En de repetities begonnen in de kerk. Het koortje waar ik bij hoorde hoefde daar niet persé bij te zijn. Pater Bataille, onze godsdienstleraar, studeerde op school met ons de gezangen in. Jammer van de jongens, die zagen we nauwelijks. We kregen entreekaarten mee naar huis die we langs de deuren gingen verkopen. Er kwam landelijke publiciteit, stukken in de krant, aandacht op de radio. Op een dag werd de rei in de hal van de school geroepen voor opnames voor dat radioprogramma. Stonden we te zingen tussen de kapstokken vol jassen. Toen het programma werd uitgezonden stonden we weer in de hal. Met alle meisjes en de leerkrachten van de huishoudschool luisterden we naar onszelf op een daar opgestelde radio.
Na alle voorbereiding was daar dan eindelijk de eerste voorstelling. Het priesterkoor fungeerde als toneel. Aan de zijkanten daarvan hingen donkere gordijnen waarachter de wachtende spelers aan het zicht van het publiek werden ontrokken. Wij, de meisjes van de rei zaten daar ook. We hadden van te voren een aantal malen geoefend hoe we op moesten komen en ons op de trappen op moesten stellen. Wij droegen in zachte tinten gekleurde gewaden met sjerpen vanaf de schouder en een met steentjes afgezette hals en ceintuur. Het waren de maagdengewaden die door meisjes tijdens de Huissense processies werden gedragen en voor de gelegenheid waren geleend. Voor een stampvolle kerk speelden de jongens en meisjes vol overgave hun grote of kleine rol. Mijn klasgenootje en vriendin, gekozen als dienstmaagd, zat de hele voorstelling helemaal opgetuigd achter het gordijn te wachten om bij het kraaien van de haan met een priemende vinger naar de apostel Petrus, haar enige regel tekst uit te spreken: ‘Gij was ook bij die Jezus van Nazareth’.
De premiëre verliep goed. Na afloop klonk het eerste Halelujah juichend door de kerk en nam op die tonen al mijn spanning mee. We hadden iets moois gepresteerd.
De volgende uitvoeringen verliepen minder gespannen. Er was ruimte voor aandacht voor elkaar in het donker naast het priesterkoor. En ja hoor, de verliefdheid sloeg toe. Een apostel kreeg innige verkering met een van de zangeressen. Stevig gearmd zaten ze te wachten op hun beurt om op te komen. Tijdens het spel werd de kiem gelegd voor een verbintenis voor het leven. De bijbel zal het niet zo bedoeld hebben maar Jezus en Maria gaven elkaar na een aantal jaren het jawoord.
Het Halelujah jubelde na elke uitvoering die nog volgde. Het klonk als een overwinning in mijn oren. Het Passiespel gaf mij voor een week het gevoel aan iets bijzonders te hebben meegedaan. Wij eenvoudige dorpskinderen, onze schuchterheid en angsten ontstegen, hadden met zijn allen een overtuigende vertolking van het lijdensverhaal van Christus neergezet.

Lenie Stevens

Angeren, 29 januari 2017