Artikelen uit oude Mededelingen

Sinds 1976 geeft de Historische Kring Huessen het periodiek "Mededelingen" uit
Het blad had toen als ondertitel "over de werkzaamheden van de Historische Kring Huessen".
Dat is nu veranderd in "omtrent de verenigingsactiviteiten van en de resultaten van historisch onderzoek door de Historische Kring Huessen"
Mededelingen werd toen nog vormgegeven op een ouderwetse typemachine.

  • De slag bij Angeroyen , uit Mededelingen jrg 3, nr 1 (1977) Open or Close


    De slag bij Angeroyen

    uit Mededelingen jrg 3, nr 1 (1977)

    Terwijl Jaarlijks — op Huissens gebied — het felt wordt herdacht, dat in 1502 de Gelderse belegering van de stad Huissen een fiasco uitliep, is mij steeds niet helemaal duidelijk geworden, waar en hoe Karel van Gelre verslagen werd. Uit de bronnen is wel algemeen duidelijk geworden, dat niet de belegeraars werden verdreven, maar dat een aanval op een Kleefs ontzettingsleger "aen die Angelroise gemeinte" tot het overhaaste vertrek van de Geldersen leidde.(1) In het volgende verhaal wil ik proberen de plaats te bepalen, waar 's hertogen nederlaag zich voltrokken te beschrijven, hoe deze gebeurtenis verliep.

    I. Plaatsbepalinq.
    Het verhaal van de slag bevat drie duidelijke plaatsaanduidingen, namelijk de plaats, waar het Gelderse leger de IJssel overstak (Iseloort) , de plaats, waar de Kleefsen lagen (Pottingshuys) , en de plaats, waar de slag werd geleverd (Die Angelroise gemeinte) .
    Omdat duidelijk is, dat de slag "aver" (aan de overkant), in de Lymers dus, plaatsvond, is het voor de hand liggend bij het zoeken naar de benamingen onze overburen te raadplegen.
    Die Angelroise gemeinte of juister de Angeroyense gemeente ontleent volgens de Lymerse historicus A.G. van Dalen haar naam aan de waard Angeroyen. Letterlijk betekent dit Angers eiland. Angeroyen was een waard, die in de twaalfde eeuw of eerder voor Angeren in de Rijn ontstond en waaronder een groot gebied viel , dat destijds nog op de Betuwse oever lag.
    Hiertoe behoorde ook het huidige Loo. Angeroyen en Loo vormden samen één buurgemeenschap. Deze gemeenschap moet in de dertiende eeuw door rivierverlegging op de Lymerse kant terecht zijn gekomen.
    Het eigenlijke Angeroyen verdween in de Rijn, maar wat bleef was de benaming voor de gemeenschappelijke weiden, de uiterwaarden: "Angeroyensche ader Lohesche gemeinte". (3) Kortom, wat ons verslag "die Angelroise gemeinte" noemt, zijn de uiterwaarden ten zuiden van Loo.
    Iseloort of, zoals het nu heet, IJsseloord, is de enige nog bestaande benaming. (4) Bij IJsseloord lag destijds de splitsing van Rijn en IJssel, welke door natuurlijke omstandigheden zó was, dat de Rijn eerder een aftakking leek dan de IJssel. (5)
    Pas in de jaren 1773—1775 kwam door het graven van een kanaal door de Pley een nieuw aftakkingspunt. (6) .Het IJsseloord van 1502 moeten wij ook iets zuidelijker denken dan de (latere) schans IJsseloord, namelijk precies bij de splitsing, noordwest van de Pley.(7)
    Angeroyen2
    Pottingshuys levert, waar dit kennelijk een naar de bewoners genoemd woonhuis is, de meeste problemen op. Toch is ook hier uitsluitsel te geven. Aangezien het verslag van 1502 de benaming zonder verdere mededeling geeft, moet het een huis zijn geweest, dat al min of meer vast een historisch gegeven was geworden, zoals we in Huissen namen als Giebensland en Schalkshofstede kennen.
    Op de ambtskaart van de Lymers (8) (fol. 31), waarop de Huslarij en het Leuffense Veld staan weergegeven, komt het huis voor van Micharis Püttinck.
    De naam Micharis Potting/Pötting komt — als dijkbode — in de Lymerse archieven meermalen voor. Ook al is de ambtskaart van 1735, het is zeer waarschijnlijk, dat dit het Pottingshuis van 1502 is.
    Het huis ligt niet ver van de Rijn, van Groessen. Tegenwoordig is in het landschap er niets meer van te kennen. (9)
    Met dat al zijn — plaatskundig — onze problemen opgelost. Karel van Gelre kwam uit het westen bij IJsseloord de IJssel over. De Kleefsen lagen ten zuiden van Groessen en men trof elkaar logischerwijze daar tussen bij Angeroyen of, zo men wil, ten zuiden van Loo.

    II. De slag.
    In de nacht van 25 op 26 Juni 1502 stak een Gelders leger order aanvoering van Karel van Gelre zelf bij IJsseloord de IJssel over. Dat was dringend nodig, want vanuit het oosten was een Kleefs leger in aantocht om de stad Huissen, die sedert 29 mei werd belegerd, te komen ontzetten.
    De Klevenaren waren per schip gekomen, dat zeggen de bronnen, zowel de Duisburgse kroniek van Johan Wassenberch (10) als de Geldersche Geschiedenissen van Arend van Slichtenhorst (1l) .
    Waarom het ontzettingsleger niet in de Betuwe, .maar in de Lymers landde, is niet duidelijk geworden. Een feit is in elk geval, dat het Kleefse leger bij Pottingshuys ten zuiden van Groessen lag.
    De Kleefsen wachtten het Gelderse legers dat volgens één bron 1500 man teide, (12) niet zonder meer af, maar legden - kennelijk in de Angeroyense waard — een hinderlaag. Het Emmerikse deel van het leger stelde zich op waardoor de Geldersen een gemakkelijke overwinning dachten te halen.
    Maar toen kwamen Wezelse en Reese troepen met 700 ruiters onder Rabanus van Buren in de strijd. (13) De eersten hadden een kanon meegebracht, de Bonte Koe (14) , kennelijk het stuk geschut, dat in het Huisgense verslag "een kartouwe" (15) heet.
    Daarmee schoten zij op de Geldersen. Dat leverde een groot aantal doden op hoewel men zich van de uitwerking van een zestiende-eeuws kanon niet teveel moet voorstellen. Belangrijk was vooral de paniek, waardoor in het nu volgende man op man gevecht de Kleefsen voordeel hadden.
    In de paniekerige vlucht van de Geldersen viel Karel van Gelre in handen van Emmerikse soldaten. Een Moor, die bij het Gelderse hof hoorde, hielp de hertog echter over de Rijn te ontsnappen.(16)
    Wel brachten de Emmerikse strijders het paard van de hertog in triomf naar hun stad. (17)
    Minder fortuinlijk dan de hertog waren vele van zijn ondergeschikten.  

    Angeroyen1

    DE SLAG BIJ ANGEROYEN
    Enkele werden door de Kleefsen gevangen Het Huissens verslag spreekt over 300 (18) , het lied op beleg en ontzet van 500 (19) .
    Geen cijfers zijn bekend over het antal doden. Een eigentijdse Kleefse bron spreekt over 200 doden, die bij het beleg van Huissen en de slag bij Angeroyen tesamen zouden zijn omgekomen.(20)
    En gaat dat natuurlijk maar over één kant, de Kleefse overwinnaars.

    III.De gevolgen.
    De Gelderse troepens die de stad Huissen ingesloten hlelden, hadden van over de rivier de slag kunnen volgen. Toen zij zagen, dat het Gelderse leger bij Angeroyen op de vlucht ging, wachtten zij niet een Kleefse aanval af, maar verlieten in paniek hun posities.
    Zelfs namen zij niet de tijd om hun geschut en voorraden in veiligheid te brengen. De Klevenaren hadden aldus een makkelijke en rijke buit. De opsomming loopt in twee verslagen nogal uiteen.
    Feit is in elk geval, dat minstens zes en misschien zelfs acht stukken geschut verloren gingen voor hertog Karel van Gelre, die toch al zo'n moeite had om zijn artillerie te betalen.
    Ook lichte wapens, buskruit en proviand worden ais buit opgesomd. (21)
    Na het ontzet van Huissen konden de Kleefsen naar hartelust in het offensief gaan.
    Nog in hetzelfde jaar veroverden zij het slot Keppel , wonnen een slag aldaar en trokken plunderend door de Over-Betuwe.
    Bij Elden leverden Geldersen en Kleefsen vervolgens weer een slag, die voor de laatsten een nog groter succes werd dan die bij Angeroyen.(22)
    Na dat alles zai Karel van Gelre zijn aanval op Huissen wel hebben betreurd.

    DR E. SMIT

    NOTEN
    1. J. H. Hofman, Beleg en ontzet der stad Huissen. In: Bijdragen en Mededelingen van "Gelre" (1899), pg. 325-326.
    2. A.G. van Dalen, Angeren of Angeroyen/Lensenb1-rg. Zevenaar, 1968,
    3. A.G. van Dalen, Uit de Kerkgeschiedenis van Loo. Zevenaar, z. j.
    4. Topografische Kaart van het Koninkrijk der Nederlanden, blad no. 40 West Arnhem.
    5. Rijksarchief in Gelderland — Algemene Kaartenverzameling no. 129.
    6. G.P. van der Ven, Aan de wieg van Rijkswaterstaat, Zutphen 1976, pg. 358-360.
    7. J.W. van Petersen, Des landmeters trots, Zutphen 1974, Kaart 10.
    8. Gemeentearchief van Zevenaar - Oud Archief 1243.
    9. Vriendelijke mededeling van de heer J. Th. M. Giesen te Zevenaar.
    10.. H. van 't Hooft, Honderd jaar Geldersche Geschiedenis in historieliederen,Arnhem 1948, pg. 68.
    11. A. van Slichtenhorst, Veertien der Geldersche Geschiedenissen, Arnhem 1654, pg. 316.
    12. B. H. van 't Hooft, a. w. , pg. 76.
    13. W. Teschenmacher, Annales Cliviae,JuIiae etc. ,Frankfort/Leipzig 1721, pg. 322.
    14. B.H. van 't Hooft,a.w.pg.6B.
    15. J.H. Hofman, a.w., pg. 326.
    16. W. Teschenmachers a.w. , pg. 322.
    17. B.H. van 't Hooft, a.w. ,pg.69.
    18 .0.H.Hofman, a.w. , pg.326.
    19. B. H. van 't Hooft, a.w., pg. 76.
    20. Hauptstaatsarchiv Düsseldorf — Kleve, Mark, Akten no.392,' fol. 2b.
    21. J. H. Hofman,a.w. pg. 326 en B. H. van 't Hooft, a.w. , pg. 76.
    22. W. Teschenmacher, a.w. pg. 323.

  • Holthuizen: een voormalig Kleefs leen (uit Mededelingen, jrg 2, nr. 5) Open or Close

    Holthuizen: een voormalig Kleefs leen
    uit Mededelingen, jaargang 2, nummer 5

    ln de "ambtelijke werkgroep straatnaamgeving", waarin - op uitnodiging van B. en W. - ook de Historische Kring Huessen is vertegenwoordigd, is thans aan de orde de straatnaamgeving in de 3e fase van De Zilverkamp, welke wijk van de zijde van Gemeentewerken "Groot Holthuyzen" wordt genoemd.
    Er is hier echter sprake van het voormalige Kleefse leengoed "Holthuizen", waar - in latere tijden - stonden de boerderijen Groot Holthuizen (Hoogerbrugge) en Klein Holthuizen (Van Essen) , beide eigendom van de Dullertstichting te Arnhem. De laatstgenoemde boerderij is gesloopt ten behoeve van de Zilverkamp-bebouwing.
    De Historische Kring heeft in de genoemde ambtelijke werkgroep gesuggereerd om ten aanzien van Holthuizen af te wijken van het tot nu toe in de Zilverkamp toegepaste straatnamenpatroon en er voor gepleit om allereerst de herinnering aan de naam van het leengoed levendig te houden, maar ook die der families, die het - vanaf 1392 tot 1799 - in leen hadden.
    Bestuurslid dr. E. Smit geeft in de hiernavolgende bijdrage historische bijzonderheden over de beleningen van Holthulzen.
    Hij verschaft tevens interessante bijzonderheden over het drama, dat zich in januari 1795 op Holthuizen afspeelde en dat boer Derk Brands het leven kostte.
    Wij maakten daarvan reeds melding in een "snipper" in het vorige nummer (pag. 128).

    De naam HOLTHUIZEN wijst volgs Oedin (1) op een aldaar gelegen klein bos. Met de aanwezigheid van de naam "Loo" ( = open plek in een bos) in de buurt is het wel verleidelijk bij het Huissense Holthuizen aan een oud bos te denken. Er zijn echter nog andere mogelijkheden. De Middelnederlandse benaming Holthuus of Houthuus kan ook eenvoudig houtsçhuur betekenen (2).
    Bij ons Holthuizen is er nog een derde mogelijkheid.  Bij de eerste vermelding in 1392 wee namelijk een Arnd van Holthusen met het goed beleend.
    Dezelfde Arnd van Holthusen was ook leenman van Holthuizen bij Verkält (tussen Kalkar en Üdem (3)), zodat de mogelijkheid niet uitgesloten moet worden, dat het ene Holthuizen zijn naam aan het andere ontleend heeft. (4)
    Waar we dus niet zeker zijn van de herkomst van de naam biedt Holthuizen wel een mogelijkheid om alle beleningen van 1392 - 1799 na te gaan. (5)
    Het goed was namelijk een Kleefs leen. Deze vorm van gronduitgave hield in, dat de graaf van Kleef aan een man een stuk grond in leen gaf, waarvoor deze dan bij oorlog tot dienst verplicht was.
    Deze plicht werd evenwel meestal afgekocht, zodat het, ieengoed een soort eigendom werd, dat extra belast was. Een leen kon aldus ook vererven of verkocht worden.
    ln 1392 was, zoals gezegd, Arnd van Holthusen leenman van Holthuizen. In 1443 blijkt hij overleden en zijn zwager Gerit van Marwick neemt het leen (althans een derde deel ervan ) ten behoeve van zijn
    vrouw Johanna (van Holthusen) over. Aldus vererfde het goed in 1474 op hun beider zoon Arndt van Merwick. Bij zijn dood in 1495 was er alleen dochter Johanna van Marwick, voor wie haar oom Derick van der Hoeven als leenman fungeerde.
    Tusschen 1495 en 1535 zijn we de familieband (als die er is) even kwijt. De weduwe van een zekere Derick van Elss blijkt dan namelijk op Holthuizen te wonen. Haar zoon Arndt nam in 1551 het goed over, maar hij had er niet lang plezier van, want zeven jaar later blijkt ook hij overleden, want het goed blijkt vererfd op zijn zuster Elisabeth en op de kinderen van een andere zuster, Anna, gehuwd met Gaert van Gelickom. Door deze erfenis blijkt een deel van Holthuizen bij Anna's nakomelingen (Van Gelickom) , een ander deel bij die van Elisabeth (Van Merten) terecht te komen. De hof lijkt nu voorgoed gesplitst en alleen over het part van de Van Merten's (een derde deel) zijn we verder volledig ingelicht. Arndt van Merten zit van 1596 - 1647 op dit deel van Holthuizen. Zijn zoon Eberhardt Godtfriedt volgt van 1647 - 1672. In 1673 waren ook de Van Merten's uitgestorven en volgde Bernhard Gottfried van Reetradt als bezitter. Deze familie liet de hof al in 1682 over aan een (aangetrouwd) familielid Wilhelm Bernier. Van hem vererfde Holthuizen in 1710 aan zijn dochter Christine Elisabeth, getrouwd met Derk Brandts. De familie Brands bleef tot het einde toe met Holthuizen beleend. ln 1803 werden de leenrechten opgeheven, zodat geen verdere administratie plaatsvond.

    Het drama van 1795
    Een drama beleefde Holthuizen in 1795. De Fransen waren in dat jaar namelijk in opmars en op 10 januari waren zij de Waal overgestaken. De troepen die (voor Pruisen) Huissen verdedigden, waren Kroatische militairen van Pruisen's bondgenoot, de keizer van Duitsland. Op de komst van de Fransen sloegen dezen aan het plunderen en van wat op Groot Holthuizen gebeurde volgen hier de gruwelijke details. Vijf Kroaten', in grijze uniformen, waren al overdag op 10 januari bij Holthuizen gesignaleerd en dat de knechten van boer Derk Brands het hazenpad hadden gekozen, toen het donker werd, is te begrijpen.Rond 10 uur 's avonds drongen de vijf bij de broers Derk en Peter Brands op Groot Holthuizen binnen en eisten geld en horloges.
    Met name aan de laatste wens konden de broers niet voldoen. Ze hadden er zelf geen.Toen begonnen de soldaten met hun degens te slaan. Derk Brande hield zijn hand nog geheven tot verweer, maar een Kroaat sloeg hem hand en hoofd in één hauw af. Peter lag intussen al met een forse sabelhauw over zijn gezicht op de vloer en moest machteloos toezien. Dat hij er tenslotte het leven bij overhield, lag aan de uitstekende geneeswijze van de Huissense chirurgijn Budding.
    De daders gingen - met een buit van meer dan 500 gulden - vrijuit, al deed de Pruisische overheid nog maanden later moeite hen te achterhalen. (6)
    Aldus enkele feiten uit Holthuizen's rijke historie.
    DR. E. SMIT
    Noten:
    1) S. Oedin, De Gemeente Huissen, Diss. Wageningen 1946, pg. 19.
    2) J. Verdam, Middelnederlandsch Handwoordenboek, 's Gravenhage 1932, pg. 259.
    3) Topographischer Atlas Nordrhein-Westfalen, Düsseldorf 1968, kaart 88. '
    4) E. Dösseler en F.W. Oediger, Die Lehnregister des Herzogtums Kleve, Siegburg 1974, pg. 269.
    5) E. Dösseler en F.W. Oediger, a.w., pg. 272-273. Waar dit niet nader gemeld wordt, zijn alle volgende gegevens aan dit boek ontieend.
    6) Hauptstaatsarchiv Düsseldorf - Kleve Mark Akten X-18-Vlll.

  • Achter de Gracht of Duisterestraat ? (Uit Medelingen jrg. 2 nr. 5) Open or Close

    Achter de Gracht of Duisterestraat ? (Uit Medelingen jrg. 2 nr. 5)

    B. en W. vroegen Historische Kring om advies:

    Achter de Gracht of Duisterestraat?
    (Men zie de illustraties op pag. 110 en 136)
    Sinds enkele jaren draagt het weggetje tussen Helmichstraat (hoek Warenhuis Janssen) en Stadswal (langs Hubertsland) officieel de naam: DUISTERESTRAAT, ofschoon het weggetje in de volksmond altijd als ACHTER DE GRACHT bekend is geweest. Nu het pad een nieuw wegdek heeft gekregen en over de juistheid van de straatnaarngeving verschil van mening bestaat, wil het gemeentebestuur wel eens weten wat
    nu juist of onjuist is. B. en W. hebben de Historische Kring Huessen
    om zijn advies gevraagd. Het bestuur heeft het volgende medegedeeld c.q. geadviseerd. (Voor de verwijzing naar de cijfers zie men het fragment van de kaart van 1586 op pag. 110).

    Duisterestraat
    ". . . De naam Duisterestraat - die overigens ook in andere Betuwse plaatsen voorkomt - wijst op grote ouderdom. Oedin merkt op, dat de duistere straten steeds in verband staan met een "loo". Zo leidt - hem
    citerend - de Duisterestraat in Doornenburg naar de Loohof. De Huissense Duisterestraat is het verlengde van de Loostraat; wellicht een oud heiligdom in het oorspronkelijke gebied Upt Loo '? (Oedins veronderstelling, dat het einde van het Duisterestraatje in Huissen nog een markant plekje is omdat er nog een Mariabeeld staat, is echter volkomen onjuist, aangezien de plaatsing van het (eerste) Mariabeeld pas uit 1936/37 dateert, na de ontsluiting van het plan-Johannahoeve) .
    Het Duisterestraatje vindt men als "Dat duystere straitgen" (nr. 5) " tweemaal aangegeven op een tiendenkaart uit 1586. Zoals uit de kaart blijkt, vormde de Duisterestraat - (tot aan de bebouwing in het midden van de jaren dertig niet meer dan een smal weggetje) - de verbinding van de Loostraat (hoek Lange/Korte Loostraat) met de gracht langs de stadsmuur (6) ter hoogte van de toren Ravenborch (2). Langs deze stadsgracht liep een smal weggetje, een paadje, vanaf de Arnhemse Poort langs de Malenborch (1) en Flavenborch (2), tot aan de Vierakkerse Poort (3).

    ACHTER DE GRACHT OF DUlSTERESTRAAT ?
    Dit paadje bestond nog totdat na de oorlog met de aanleg van de Stadswal werd begonnen. De Duisterestraat mondde op dat paadje uit ter hoogte van de pand van de fam. Gertsen en Saat. Tot op dat punt ook heette het weggetje "Duisterestraat". Hier eindigde het dus. Door de aanleg van de Stadswal is dit punt geheel verdwenen zoals ook de oude gracht sindsdien is gedempt. De Duisterestraat eindigt nu dus bij de Stadswal tussen de beide flatgebouwen.

    Achter de Gracht
    Het nu verharde weggetje vanaf de Stadswal tot aan de Helmichstraat is niet het verlengde van de Duisterestraat, maar het laatste restant van het hiervorengenoemde paadje langs de Stadsgracht, dat altijd Achter de Gracht werd genoemd. Doordat de Stadswal de verbinding Duisterestraat-Achter de Gracht totaal heeft doen verdwijnen, heeft het de schijn alsof Achter de Gracht de verlenging is van de Duisterestraat.
    Zij is het dus niet, maar liep - zoals opgemerkt - parallel aan de huidige Stadswal tot aan de Arrhemse Poort. De betrokken situatie zou uit een plattegrond van vóór de Stadswal-aanleg duidelijk worden. l-loe het laatste restant Achter de Gracht de naam Duisterestraat heeft kunnen krijgen, is ons een raadsel.

    Advies
    Op grond van het vorenstaande mogen wij resumerend vaststellen:
    a. de straat tussen Van Voorststraat en Stadswal draagt terecht de naam Duisterestraat;
    b. het weggetje tussen Helmichstraat en Stadswal draagt sinds een aantal jaren ten onrechte de naam Duisterestraat. '
    Wij zouden Uw College derhalve willen adviseren om het onder b. genoemde weggetje de naam ACHTER DE GRACHT te hergeven. Indien Uw College t.z.t. overgaat tot het aanbrengen van explicaties bij de straatnamen zouden wij ten aanzien van ACHTER DE GRACHT willen voorstellen de vermelding: WEG LANGS WESTELLJKE STADSGRACHT'.

    Oude Kerkhof
    Wij zouden van deze gelegenheid overigens graag gebruik willen maken om Uw Collegeer op te wijzen, dat het alleszins te betreuren is dat enkele jaren geleden tevens een andere eeuwenoude straatnaam is verdwenen, namelijk het OUDE KERKHOF, dat thans Molenaarstraat is geheten, welke naam aldaar geen enkele historische betekenis heeft.
    Wij kunnen ons voorstellen, dat het bezwaarlijk is om de nieuwe naamgeving te herzien. Wij zouden het echter bijzonder op prijs stellen indien t.z.t. als explicatie bij het straatnaambord "Molenaarstraat" zou worden vermeld: VOORHEEN "OUDE KERKHOF". U vindt de naam ALDE KEHCKHOF (7) eveneens op het kaartfragment en wel uiterst rechts, in het midden, het ovaalvormige perceel. . . .", aldus de brief van het bestuur van deHistorische Kring Huessen aan B. en W.
    De Historische Kring is overigens van gemeentewege uitgenodigd êeen bestuurslid als vertegenwoordiger van de Kring af te vaardigen naar de Commissie Straatnaamgeving. De Kring-vertegenwoordiger
    heeft inmiddels reeds i.o.vanhet bestuur schriftelijk een voorstel ingediend nopens de straatnaamgeving in de 3e fase van het plan-Zilverkamp, dat van gemeentewegevoorgesteld wordt "Groot Holthuyzen" te noemen, ofschoon het hier om het oude Kleefs-hertogelijke leengoed Hilthuisen of Holthuizen gaat.
    Groot- en Klein Holthuizen zijn de namen van de resp. boerderijen (Hoogerbrugge en Van Essen) .Van dit leengoed zijn de beleningen bekend vanaf 1392 - 1799.
    Wij komen op ons voorstel, dat gebaseerd is op de historie van Holthuizen, nog nader terug.

    Snipper
    Moord op Holthuizen
    "1795. Den 11 January is Theod: Brandts oud 60 jaar voor het plunderen
    der Keiz: Croaten des nachts op Holthuijsen hoofd en hand afgeslagen".
    (Doodboek R.K. Parochie)

    IMG 20170516 0001 Custom

    IMG 20170516 0002 Custom

  • De Langestraat tussen 1910 - 1920 (Uit Medelingen jrg. 2 nr. 6) Open or Close

    DE LANGESTRAAT TUSSEN 1910 en 1920
    (Gezien vanaf de Arnhemse Poort)

    Uit Mededelingen, jaargang 2, Nr. 6

    Bij foto nr.: 1 B 12 (voorpagina)  
    Dit is een oude foto. Zij moet zijn gemaakt tussen 1909 en het begin van de jaren twintig, toen op de plaats links op de voorgrond een huis (bewoond door de fam. Herm.Hendriksen) stond, dat heeft moeten plaats maken voor de Bioscooop Apollo, die in de eerste jaren de naam "De Batavier" droeg. De tramrails geven aan, dat de foto niet ouder kan zijn dan 1909, toen de tramlijn voor de Betuwse Stroomtram Maatschappij werd gelegd. Ook de kleding van de vrouw links op de voorgrond duidt erop, dat de foto wel zal zijn gemaakt tussen 1910 en 1920.
    Gaan we nu beide zijden van de straat bekijken . Dan zien we allereerst de vrouw, die aan een stadspomp water haalt. Pas na de tweede wereldoorlog is Huissen voorzien van waterleiding ! Tot dan deden de stadspompen, die we ook op andere foto's zullen aantreffen, dienst voor mensen, die zelf thuis geen pomp hadden. Het eerste huis links is verdwenen en op die plaats staat - zoals vermeld - nu sedert het begin van de jaren twintig Cinema Apollo. ln het volgende huis woonde in de jaren dertig de schoenhersteller Adr. Oostrom. Bovendien is er de eerste drukkerij van De Nieuwe Koerier gevestigd geweest, daarna de winkel van Fr. Klaassen en nadien heeft er lange tijd de familie Wubbels-Polman gewoond.
    Het volgende huis met bloemenbak (thans De Lama) is lang de winkel geweest van de fam. Lestrade (loodgieter, rijwielhandelaar en electrische apparaten).
    Het grote hoge huis daarnaast is een oud herenhuis. Men lette op de zijgevels met trappen, die, in tegenstelling tot die van de Arnhemse Poort, wel oud zijn. Het huis, dat op de Rijksmonumentenlijst staat en wellicht oorspronkelijk een dubbel woonhuis is geweest, dateert uit de eerste helft van de 17e eeuw. Veel meer of minder bekende personen hebben er kortere of langere tijd gewoond. Zo bijvoorbeeld de Apostolische Vicaris Petrus Codde. ln het begin van deze eeuw woonde er o.a. emeritus-pastoor Luyckx. ln het begin van de jaren twintig werd het huis gekocht door het oud hoofd van de gemeenteschool ,de heer Hulsman. Nu woont er nog zijn dochter Lembertine, -intussen ook hoog bejaard.
    De volgende huizen zijn verwoest bij het bombardement van 2 oktober 1944. Goed zichtbaar is ook nog het huis met het balkon, waar lange tijd heeft gewoond gemeentesecretaris A.A.C. van Dort. Dit huls liep tijdens het bombardement met brandbommen in de nacht van 13 op 14 mei1943 zware schade op.' Nu staat er de pastorie van de Ned.Herv.Gemeente.
    Aan de rechterkant zijn de huizen minder duidelijk te zien. Midden op de straat zijn duidelijk zichtbaar twee strepen van het zonlicht. De voorste streep komt uit de tegenwoordige Vicariestraat (voorheen Bloemerstraat); de achterste uit de Korte Kerkstraat. Op de hoek van de Korte Kerkstraat is het huis zichtbaar, dat licht bepleisterd is en een schuine ingang op de hoek heeft. Dit is het huis voorheen van bakker Hübbers, nu in derde generatie van de familie Stam, bakkers, banketbakkers en kruideniers.
    ln het huis met het zonnescherm was de manufacturenzaak van de familie Scheepers (De Bijenkorf) gevestigd en is nu - na verbouwing - het winkelpand van de HEMA (Mali). Ook is nog vrij goed zichtbaar het huis met de oud-Gelderse gevel, vele jaren bewoond door de familie Smulders en nu door de fam. Helsen, die er een antiekzaak heeft gevestigd.
    Wilt U nog op enige bijzonderheden letten ?
    De stoepen of trottoirs zijn alle verschillend. Ze waren tot in de jaren zestig eigendom van de eigenaar van het betrokken pand. Bij de renovatie van de straten in de binnenstad zijn ze aan de gemeente verkocht en vervangen door gelijke trottoirs met tegels. Het is natuurlijk niet mooier geworden, maar wel noodzakelijk voor het verkeer. Op de stoep bij het huis met de trapgevels ziet men nog hekjes, die de eigendom markeerden. Zo waren er meer in Hiussen. Ze zijn tegelijk met de renovatie van de straat verdwenen. (Een hekje staat nog in de achtertuin van het huis met de trapgevels.) De straat is tussen de rails geplaveid met klinkers, maar in het midden van de straat liggen nog de bekende zware vierkante natuurstenen, de “kinderkopjes".

    A.J. JANSSEN

    Langstraat1

     

  • Zilverkamp: Eens Sgrevenvelde (Uit Mededelingen jrg. 2 nr. 4) Open or Close

    Artikel uit oude Mededelingen

    Mededelingen jaargang 2, nov/dec 1976, Nr. 4

    IMG 20170419 0002 Custom

    IMG 20170419 0001 Custom