Vaarwel dan olmen, populieren
Gemeente gebruikte opbrengst bomen voor financiering distributiedienst
Uit Mededelingen, jaargang 8, 1983, nr. 6
In het vorige nummer kondigden we op pag. 155 aan in deze aflevering nader terug te komen op het rigoureuze rooien van bomen in 1916; een handelw3jzes die een onbekende Huissenaar inspireerde tot het schrijven van het versje "Vaarwel dan olmen, populieren" Wij publiceerden dat (ontleend aan de herplaatsing in de bijlage "Bloemen Tusschen Twee Bruggen" bij De Gelderlander van 15 april 1938) in jrg. 8, nr. 2, p. 69 en reacties erop in nr.3, p. 110 en nr. 4, p. 155.
"De gouddorst sneed uw leven af" aldus de onbekende Huissense poëet in het eerste couplet van zijn versje. Deze gouddorst wordt duidelijk uit de volgende passage in het raadsverslag in De Gelderlander van 1/2 november 1916: "De, begrooting 1916 werd aangevuld in ontvangst en uitgaaf met f. 4.885.-- opbrengst boomenverkoop, te beleggen op de Gemeente Spaarbank, om die in 1917 te gebruiken voor kosten Distributiedienst voor zooveel noodig".
De gemeenteraad besloot derhalve tot verkoop van het eigen bomenbestand om uit de opbrengst daarvan de distributiedienst, welke in de mobilisatiejaren 1914-1918 grotendeels voor rekening van de gemeenten kwam, te financiering. Die opbrengst was ) gelet op de toenmalige omstandigheden, niet gering. Ook in de raad werd gesproken van te verwachten "hooge prijzen" voor de bomen. De kwestie van de verkoop van de bomen was aan de orde gesteld in de vergadering van de raad (1) van 2 september 1916e Zonder de inhoud der discussies in de notulen weer te geven werd geboekstaafd: "Na eenige besprekingen wordt het volgende besluit genomen. De raad der gemeente Huissen; Overwegende, dat verschillende peppelenboomen onder deze gemeente den wasdom hebben bereikt, terwijl van inwoners adressen zijn ingekomen om de voor hunne eigendommen staande peppelenboomen op te ruimen, waarvoor zij genegen zijn de gemeente schadeloos te stel lens aangezien die boomen te veel schade toebrengen aan hunne kweekerijen; Dat het te voorzien is, dat voor die boomen in den tegenwoordigen tijd hooge prijzen zullen worden besteed, zoodat het in het belang der gemeentefinanciën is deze te verkoopen; Heeft besloten: Publiek te verkoopen ongeveer 200 peppelenboomen,. staande op verschillende plaatsen op stam onder deze gemeente".
Aansluitend bij dit besluit wordt genotuleerd: "De voorzitter zegt: dat bij Gedeputeerde Staten za! geïnformeerd worden of de uitgaven der Distributiewet voor 1917 mogen worden gedekt door de opbrengst der verkochte boomen" .
Kennelijk was deze forse opruiming van liefst 200 peppelen reeds op verzet onder de burgerij gestoten, want in de vergadering van 28 oktober d.o.v reageerden B en W. geheel anders en brachten zij ineens het verfraaiingselement in het geding, Op een verzoek van de wed. Th. van Vorselen in de Laak (thans Huismanstraat) om de "15 iepenboomen vóór hare hofsteden te rooien stelde het college de raad namelijk voor om afwijzend te beschikken.
"De voorzitter (burgemeester W. M. Helmich) zegt", aldus de notulen, "dat het dagelijksch bestuur er niet voor is het verzoek in te willigen aangezien de laan daardoor wordt geschonden. Over dit punt worden besprekingen gehouden tusschen den Voorzitter en de heeren Weijde, Hebben, Evers en Janssen"
De raad besloot echter, duidelijk met het oog op het geldelijk voordeel ("gouddorst", aldus de rijemelaar) hel verzoek wél in te willigen. Met de stemmen van de wethouders Buning en Vermeulen tegen en één onthouding van de heer P. Evers, werd besloten tot verkoop.
In november werd in het gebouw van de R.K. Volksbond een "groote vergadering over regeeringslevensmiddelen" gehouden. In het verslag daarvan in De Gelderlander van 19/20 november 1916 valt te lezen: "Huissen heeft veel boomen verkocht tegen hooge prijzen. Het geld zal besteed worden om de onkosten van de distributie te dekken maar dan moet er zuinig gewerkt worden, anders is dat geld niet toereikend"
Ook in de laatste raadsvergadering van het jaar, die van 20 december 1916, kwam nog eens de bomenverkoop aan de orde. Ook daarbij bleek, dat burgemeester Helmich en wethouder Vermeulen (wethouder Buning was afwezig (2) zich ook nu geen voorstanders van het verkopen/rooien toonden, maar de raad besliste weer anders, gezien "het daaruit voortvloeiende voordeel der gemeente" , hoe ook de burgemeester, die anders wel bijzonder gevoelig was voor een dergelijk argument het rooien van deze, de laatste iepenboomen, zei te betreuren,
"De Voorzitter zegt aldus de notulen, "dat een schriftelijk verzoek is ingekomen van vijf leden om te bespreken de nog aanwezige iepenboomen te verkoopen. De heer Janssen, als één der verzoekers, licht het onderwerp nader toe. Hij wijst op de hooge prijzen, die tegenwoordig voor boomen besteed worden, op den wasdom, die de boomen volgens deskundigen hebben bereikt en op het daaruit voortvloeiende voordeel der gemeente. De Voorzitter zegt, dat hij het wel zou betreuren als de boomen, die de eenige luxe in de gemeente zijn, zouden moeten vallen. Na eenige discussies, waarbij het voor en tegendoor beide partijen wordt uitgesproken, wordt met 9 tegen 1 stem, die van de heer Vermeulen, besloten om de boomen te verkoopen.. "Zij stonden in, de Laak, in de Loostraat "en op andere Plaatsen" .
Niet alleen de onbekende Huissense rijmelaars maar ook een zekere KORN. BLOEME, duidelijk geen autochtoon inwoner, trok fel van leer tegen de zijns inziens onverantwoorde vernietiging van het gemeentelijk bomenbezit van Huissen. Hij gaf aan zijn woede over wat hij noemde "het fatale moordbesluit der Huissensche heeren". (in de raadsvergadering van 20 december dus) lucht in een ingezonden stuk in De Gelerlander van 24/25/26 december 1916. Wij geven die pennevrucht curiositeitshalve in extenso weer, waarbij we het cursief gedrukte nu onderlijnd aangeven. Het is ooi. niet onmogelijk, dat hij ook de man is geweest, die het vers "Vaarwel dan olmen, populieren" schreef. Onder de kop "de boomen weg" fulmineerde Bloeme als volgt: "lk ben heelemaal geen politicus en heb ook allerminst pleizier het te worden. Wat dus de hoogere of diepere beweegredenen voor een regeerings-kollege kunnen zijn bij het nemen van een besluit, 't welk beschaafde lieden verwondert, dat zal ik mij, als leek, wel wachten te beoordeelen. Maar - iedereen heeft als inwoner van zijn land, als bewoner van zijn dorp, -toch wel het recht op een bescheiden mate van meeleven met dé gebeurtenissen, welke in de geschiedenis van dat dorp van beteekenis zijn en zoo veroorloof ik,3 met velen, mij de burgerweelde, mij te ergeren aan het jongste raadsbesluit van Huissen om alle boomen onzer gemeente te rooien. Nogeens: in de diepzinnige financieële overwegingen, welke geldelijk voordeel zien voor boer Piet of boer Klaas in den boomenmoord, wil ik mij niet begeven; maar dat hier met de algemeene belangen onzer gemeente, waaronder stellig de uiterljke schoonheid -onzer omgeving behoort, totaal géén rekening is gehouden; dat het schoonheids-motief als iets belachelijks en minderwaardigs tegenover het kwartjes-motief eenvoudig niet eens overwogen is, en dat het ook niet gevraagd heeft, of het wenschelijk was, de weinige wandelwegen onzer gemeente zoo maar eventjes tot nul -komma—nul te reduceeren; dat moet mij als niet-poiitieken dorpeling toch uit de pen, dat zal de wereld weten !
Het is hee! gemakkelijk onschuldige boomen neer te hakken en een schilderachtig met hooge lommerrijke boomen omlijst dorp tot een kaIe verzameling van steenen en pannen te misvormen; het vereischt allerminst geniale regeerders-gaven om sierlijk met fraai groen omrande en overschaduwde landwegen met een hakbijl te vernielen en een stuk fraaie Geldersche natuur te maken tot een voorbeeld en een symbool van het platte land : waar hij of zij die zich aan zulk een levend algemeen belang van rustige schoonheidsminnende dorpsbewoners vergrijpt; zij stellen zich te kijk als bekrompen geesten die zonder wroeging ja met leedvermaak om de paar onnoozele guldens, waarmee hun wandaad betaald wordt, hun tijd een eeuw ten achter zijn. Want terwijl de Vereeniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland zich beijvert al het mooie, het levende en het schilderachtige van ons land tegen winstzuchtige sloopers te beschermen gaan de vroede d.w.z. de wijze vaderen van Huissen kalm hun gang met de stelselmatige verminking van het stuk Nederlandsche natuur waaronder de brave Huissenaren leven moeten en loopt men nog kans op schamper gelach, wanneer men dat zoomaar niet goedkeurt, Mij rest de hoop, dat G. S. van Gelderland het fatale moordbesluit der Huissensche heeren zal vernietigen - of anders moet heel Huissen, behalve zijn gemeenteraad, maar verhuizen!
KORN. BLOEME"


