"De Pelsenhoeve", helaas ......!

Uit Mededelingen jaargang 6, 1981, nummer 1

Eén van de fraaste oude Huissense boerderijen, "De Pelsenhoeve" in de Hoeve (nr. 30) van de fam. G. Vermeulen, — oorspronkelijk een hallenboerderij, later tot T—boerderij verbouwd — heeft helaas het lot ondergaan van zovele andere: het achterhuis heeft plaats moeten maken voor moderne bedrijfsgebouwen.
Deze zijn óók nog evenwijdig aan het voorhuis gesitueerd en steken daaraan voorbij. Bovendien is de uit 1684 daterende schuur, welke zich aan de zuidzijde bevond, gesloopt.
Ongetwijfeld is er — bedrijfseconomisch gezien — noodzaak geweest tot dit ingrijpen, maar betreurenswaardig blijft het, ook al was deze markante boerderij — vermoedelijk wegens de latere verbouwingen — niet op de zgn. Rijksmonumenten lijst geplaatst
Wij zijn van mening, dat zich ook hier weer het nog steeds ontbreken van een gemeentelijke monumentenverordening annex lijst, op basis waarvan een actief gemeentelijk monumentenzorgbeleid mogelijk is, wreekt.
De totstandkoming ervan is niet alleen door de Kring sterk bepleit doch ook vanwege het "Gelders Genootschap tot behoud en instandhouding van de schoonheid van Stad en Land".

Maar weinigen kennen de breedbedaakte boerderijen van klassieken trant uit dit land, die de vroegere schrijvers „de aloude spijkers" hebben genoemd, omdat zij in hun vorm de spijker of T-vorm toonen. Dit is de specifieke Over Betuwsche boerderij, die men ook nog wel elders langs de rivieren vindt met de hofsteeén, die in Saksischen trant zijn opgetrokken.
De Pelsenhoeve — om er maar een te noemen — is zulk een spijkerboerderij, die met zeven en twintig bunder bouwland en achttien hectaren wei achter een groote notenboomen schuilgaat. Het is, gelijk de anderen, een even stoer als schoon gebouw, waar het geluid van lachende kinderstemmen als een gulle klatering in den zomerdag opklinkt.
De boerderij rijst achter de breed uitwaaiende notenboomen op en haar stroodak groeit daar boven uit. Onder dat dak heeft een boer zijn doening.
Het vrouwvolk gaat te keer in de binnenkamer met haar hooge helle ramen. Het kookt en spoelt en wascht in de bijkeuken, waar het koper van de ouderwetsche zwengelpomp staat te blinken dat het een aard heeft. En in het voorhuis vindt ge de beste kamer. waar de boer zijn gepolitoerde meubelen heeft staan. Het glimt daar van sombere deftigheid in de statige kast en het klare koperwerk, dat niet volop glinstert omdat de laaghangende lancastergordijnen het licht bezwerend tegenhouden.
In deze kamer gaat de boer op "kouse-sokken" ; hij laat er zijn klompen voor de deur staan. Hij ontvangt er den pastoor en de notabelen uit de buurtschap. Op die beste kamer sluit de Opkamer aan, een statig vertrek, waar men via een trapje omhoog inkomt. Het is het slaapvertrek van den boer en zijn gade, dat hooger ligt dan alle andere ruimten in deze boerendoening. 


(Men zie Mededelingen ,jrg.5, nr. 4, pg. 166) .
Aan "De pelsenhoeve" wijdde Willem de Wael de hiernaast afgedrukte regels in zijn "Tusschen twee rivieren" (Naarden, 1945, pg. 77/78) .
"De Peisenhoeve" wordt op de in 1632 aangelegde 15e tiendenkaart reeds vermeld en wel als perceel nr. 6 met de aanduiding: "Pelsen Houve": Ihr. Hochw.Gnade zu Schwartzenbergh, modo (voorheen) Conrad Blaspiel, Oberwartgrüff, 1651 (21 Morgen, 18 1/2 Ruth.) .
Op de Verpondingskaart van 1809/10 (RAG, No. 9c) is zij, met de toenmalige naastgelegen grote tuin, aangegeven zoals hiernaast op een fragment van de kaart is gereproduceerd (tuin is perceel nr. 339; perceel met opstallen is nr. 340) .

Pelsenhoeve3 Custom

Zoo is een boerderij, gebouwd naar eigen aard en bodem, met haar vertrekken en ruimten voor mensch en dier.
Op den deel is het met den zomerdag stil. De koegangen, aan weerszijden, zijn stil en verlaten, want het vee is ingeschaard en graast met snuivende, wijdopen neusgaten op de bunders malsch gras, die de boer onder de buurtschap Malburgen heeft liggen.
De winter geeft méér lawaai in het achterhuis, als de beesten met de breede koppen tusschen de stijlen rammelen en hun klagend geloei met lange halen door de Pelsenhoeve klinkt.
Van dat alles is nu in den hoogzomertijd niets te hooren.
Er staan wat Betuwsche karren op hun twee hooge wielen te wachten tot ze voor het koren de akkers noodig zijn, en verder nog een verzegelde maaimachine op non-actief.
Buiten vindt ge de hoogopgetrokken paardenstallen met hun warme geuren, de ruime schuren, een hooiberg en het varkenskot, waaruit het knorren steeds met korte en krachtige geluiden is te vernemen.

 

Pelsenhoeve4 Custom