III-D Hertogdom Gelre (1368-1371)
H.W.J. Derksen, In de veertiende eeuw was Huissen gedurende bijna drie jaar Gelders. In: De Gelderlander van 22 september 1955.
I.A. Nijhoff, Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland.
Deel 2 blz. 240-241: 1368, overeenkomst Adolf van Kleef en Eduard van Gelre aangaande Huissen
blz. 243: 1368, Vruchtgebruik Huissen voor Mechteld van Kleef.
F. Schmidt, Die Herzöge von Geldern und die Klevische Erbfolge im 14. Jahrhundert. In: B.M. Gelre XXX (1927), blz. 31-34.
Blz. 34: 1368, Huissen Gelders.
J.S. van Veen, Hertog Eduard als erfheer van Huissen gehuldigd (1368). In: B.M. Gelre XIII (1910), blz. 469-470.
E. Smit, Mechteld van Gelre ingehuldigd. In: Med. H.K.H. jrg. 11 (1986), blz. 194-195.
III-C Eerste Kleefse periode (1242-1368)
E.J.Th.A.M.A. Smit, De geschiedenis van Huissen van 1242 tot 1368. Huissen, 1992.
Cor Neijenhuis, Kleef, Gelre en Huissen in de dertiende eeuw. In: Med. H.K.H. jrg. 46 (2021), blz. 39-42.
E. Smit, Flanders Erfpachtland. In: Med. H.K.H. jrg. 43 (2018), blz. 85-86.
D. Kastner, Die Territorialpolitik der Grafen von Kleve. Düsseldorf, 1972.
Blz. 28, 63, 72, 79, 95, 97, 103, 120, 127, 148, 157, 169: Huissen.
W. Schleidgen, Das Kopiar der Grafen von Kleve. Kleve, 1986.
Hierin veel vermeldingen over Huissen in de middeleeuwen.
F. Gorissen, Geldern und Kleve. In: Kleverland am Niederrhein. Kleve, 1951.
Blz. 39: Voetnoot over Huissen als oudste Kleefse bezit in de Over-Betuwe.
M. Hagemann, Kleefse landsheerlijke burchten in de Middeleeuwen: Een schets. In: Med. H.K.H. jrg. 41 (2016), blz. 28-29
F. Ketner, Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301. Deel IV. Eerste helft 1267-1283. 's-Gravenhage, 1954.
Blz. 54: 1270, 8 september. Dekens van het kapittel van St. Marie te Utrecht geven hun land te Malburgen aan Gerard van Outhusen in erfenis.
G.J. ter Kuile, Oorkondenboek van Overijsel, deel II. Zwolle, 1964.
Blz. 107: 1291, (land)tol te Huissen.
R.A.D. Renting, Regestenlijst van de schepenkist-oorkonden uit het rechterlijk archief van Arnhem. 's-Gravenhage, 1952.
Blz. 3: 1293, Henricus Bruno, muntmeester te Huissen.
L.S. Meihuizen, De rekening betreffende het graafschap Gelre 1294/1295. Arnhem, 1953.
Blz. 86: Everardus de Husen ex feodo.
L. Driesen, Fünf Bücher Niederrheinischer Geschichten. Nach Urkunden. In: Westfälische Zeitschrift Bd 15, blz. 37-225.
Blz. 59, 62, 66, 172-173, 176-177, 179, 181-183: Huissen.
J. Wolters, Hulhuizen - Huissen. Kanttekeningen bij Gelre's opgang in de dertiende eeuw (III). Over Betuwse Historiën. In: De Betuwe van 8 april 1955.
D.P.M. Graswinckel, Hulhuizen. In: B.M. Gelre XXX (1927, blz. 1-29.
Blz. 2: Hulhuizen als tussenstation naar Huissen en Malburgen.
A. van Slichtenhorst, Veertien boeken der Gelderse Geschiedenissen. Arnhem, 1654.
Blz. 113: 1315, Huissen Gelders
Blz. 146: 1368, tol van Huissen.
I.A. Nijhoff, Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland.
Deel 1 blz. 427: 1341, tol van Huissen
Deel 2 blz. 110: 1359, landvrede
blz. 153: 1360, verdrag van onderlinge hulp.
Christian Renger en Johannes Mötsch, Inventar des herzoglich arenbergischen Archivs in Edingen/Enghien (Belgien), Teil 2. Die Urkunden der deutschen Besitzungen bis 1600. Koblenz, 1997.
Blz. 29-31. Het betreft hier twee oorkonden van 31 oktober 1314 waarin sprake is van de stad Huissen.
E.J.Th.A.M.A. Smit en J.H.F. Zweers, Oudste vermelding van Huissen als stad uit 1314. In: Med. H.K.H. jrg. 34 (2009), blz. 117, 119-121.
E. Liesegang, Zur Geschichte des klevischen Städtewesens unter den ältesten Herscherhaus. Breslau, 1897.
Blz. 103-104: Over de stadsverheffing van Huissen en het zwanewapen i.v.m. de zwaanriddersage.
E. Smit, Huissen 670 jaar stad. In: Med. H.K.H. jrg. 14 (1989), blz. 30-32.
Th.H. Janssen, Rond de stadsverheffing van Huissen. In: Jaarverslag 1975 AWN afdeling Nijmegen e.o. blz. 31-35.
Th.H. Janssen, Enige gegevens rond de zgn. “Oude Stadsgracht”. In: Med. H.K.H. jrg. 1 (1975/1976), nr 3, blz. 13.
E. Smit, “Supra fossatum antiquum” (Over de datum van Huissens stadswording). In: Med H.K.H. jrg. 1 (1975/1976), nr 4, blz. 11-14.
De Nieuwe Tijd van vrijdag 8 juli 1948. Huissen, 1948.
Waarom viert Huissen feest? In: Huissen (Gld) 600 jaren stad (1948). Huissen, 1948. blz. 15-17.
H.W.J. Derksen, Eens vestigden zich Tempelieren in het land der Over-Betuwe. In: De Gelderlander van 25 en 26 februari, 7 en maart 1955.
E. Smit, De oudste (originele) Huissense schepenoorkonde. In: Med. H.K.H. jrg. 3 (1977/1978), blz. 97-103.
J.S.V.V[een]., St. Peters Dagh, als die kynder loepen. ). In: B.M. Gelre XVII (1914), blz. 200.
Betreft een door Reinald, zoon van Gelre uitgegeven brief aan de inwoners van Huissen uit 1320.
L. Schmitz, Urkunden des fürstlich Salm-Salm'schen Archives in Anholt. Münster, 1902.
Blz. 32: 1340, Gerard Willinc ambtman te Huissen.
E. Smit, Jan van Kleef en Huissen 1347-1368. In: Med. H.K.H. jrg. 11 (1986), blz. 168-170, 173-179.
A.M.C. van Asch van Wijck, Nadere oorkonden uit het archief van Buren. In: Codex Diplomaticus Neerlandicus. Verzameling van oorkonden betrekkelijk de vaderlandsche geschiedenis. Utrecht, 1853, blz. 166-251.
Blz. 179-180: 1454, 22 februari Johan van Kleef sluit een lening waarbij vier Huissense burgers en hun paarden garant staan.
II.B. Voorkleefse periode (tot 1242)
Tussen 800 en 900 was rumoerigste tijd in geschiedenis van de Betuwe. In: De Gelderlander van 12 mei 1955.
S.J. Fockema Andræ, Uit de Overbetuwe. Met een aantekening door Jhr. Mr. A.H. Martens van Sevenhoven. In: B.M. Gelre XXXIX (1936), blz. 13-32.
Blz. 16: In de Merovingische en Karolingische tijd was er een curtis te Malburgen.
Blz. 26: Over het beheer van de gemene gronden in Malburgen vanaf 1886.
K.A.F. Pertz (ed), Chronicom Laureshamense. In:. Monumenta Germaniae Historica: Tomes XXI. Hannover, 1869 blz. 407-409
Blz. 334-335: Chronicom Lavreshamene. (met oudste vermelding van Huissen)
Die Urkunden der Deutschen Könige und Kaiser (Monumenta Germaniae Historica). Hannover 1900-1903.
No 339: Goederen van klooster te Sithiu te Hosanheim
E. Smit, Flandersche Erfpachtslant. In: Med. H.K.H. jrg. 2 (1976/77), blz. 112.
W.A. van Spaen, Oordeelkundige inleiding tot de Historie van Gelderland. Derde deel. Utrecht, 1804.
Blz. 192: 1020, Rutger van Kleef. Hof te Huessen (?)
Blz. 365: vóór 1018, Huissen mogelijk bezit van Balderik.
Fr. Weibels, Die Großgrundherrschaft Xanten im Mittelalter. Neustadt/Aisch, 1959.
Blz. 25-26: 1240 en 1244 grondaankopen in Huissen.