Vin Siepman (1901-1982)
Vin Siepman was garagehouder in Huissen-Stad. Hij bewoonde een huis naast de Cremerstichting in de Langestraat. Vanaf 1938 was hij commandant van de Huissense brandweer.
In de oorlogsjaren moest de Huissense brandweer steeds paraat zijn. Daarbij was Vin Siepman een inspirerende organisator. Met zijn technische kennis kon hij enige malen de stroomvoorziening ter plaatse herstellen. Ook telefoonverbindingen kon hij herstellen, maar zodra hij merkte dat de Duitsers ze gebruikten, ook saboteren. Een ander voorbeeld van sabotage is zijn optreden op 18 september 1944, waarbij hij voorkwam dat de Looveerpont weer in de vaart kwam.
In 1956 droeg Vin Siepman zijn garagebedrijf over aan zijn zoon en leidde hijzelf een machinefabriek in de Huismanstraat. Hij was daarnaast ook als raadslid en kerkelijk actief. Vin Siepman overleed in 1982 in Huissen.
Leo van der Laan (1906-1997)

Dokter Leo van der Laan vestigde zich in april 1936 als huisarts in Huissen. Zijn praktijk met bijbehorende apotheek was gevestigd in de Langestraat. Vóór de oorlog stimuleerde hij in Huissen sterk de cursussen voor EHBO. Daardoor waren er in de oorlogsperiode veel mensen die konden helpen. Tijdens de oorlog was dokter Van der Laan betrokken bij het verzet. Hij en zijn echtgenote hielpen actief mee aan het helpen ontsnappen van ontsnapte Franse krijgsgevangenen in zuidelijke richting (Ligne de Bac).
In 1943 ontkwam Van der Laan maar net aan arrestatie. Toen de gevechten in september 1944 uitbraken, kreeg hij de leiding over een in de Cremerstichting gevestigd noodhospitaal. Hij zette die werkzaamheden vanaf 1 oktober voort in het dominicanenklooster. Tot de gedwongen evacuatie op 23 oktober bleef hij actief.
Na de bevrijding van Huissen begaf hij zich met twee leden van de Binnenlandse Strijdkrachten al op 18 april 1945 naar de Betuwe. Dankzij het gebruik van zijn auto kon de terugkeer van de bevolking naar Huissen goed worden georganiseerd. In 1950 verliet dokter Van der Laan Huissen. Hij overleed op hoge leeftijd in 1997 in Leusden.
Eef Hoedt (1907-1944)

Eef Hoedt was kastelein in een café op de Markt (op de plaats waar nu het beeld van de stadszwaan staat). Huissenaren noemden het ‘Café Spika’, dat was de naam die zijn voorganger er aan gegeven had. Eef Hoedt was in de oorlogsjaren blokhoofd van blok
2 van de Luchtbescher- mingsdienst (LBD). Na het grote bombardement van Huissen op 2 oktober 1944 was Eef Hoedt een van de drie mannen die de schuilkelders moest ontruimen en de slachtoffers identificeren. Daarbij was hij ook degene die op 4 oktober begon met het graven van het massagraf op de begraafplaats.
Toen hij daarna uit Huissen evacueerde, kwam hij op 21 oktober 1944 in Renswoude op tragische wijze om het leven.
Adriaan Maasdam (1903-1993)
Adriaan Maasdam werd geboren in Klaaswaal in 1903. Hij werd in 1924 beroepsmarechaussee. Eind jaren ’30 kwam hij als Arnhemse marechaussee naar Huissen.
In 1941 werd de hele Nederlandse politie en veldwacht samengevoegd in de marechaussee. Op 1 februari 1941 werd Maasdam commandant van de Brigade Huissen. De hele Huissense politie was fel anti-Duits. Regelmatig liet Maasdam dat ook blijken. Hij liet het verzet oogluikend zijn gang gaan en waarschuwde mensen die het risico liepen op arrestatie. Zo werkte hij er aan mee, dat het Huissense verzet ontsnapte Franse krijgsgevangenen hielp vluchten via het Looveer (Ligne de Bac). Tegen een provocatie van de Arnhemse WA in 1941 trad hij met getrokken sabel op.
Tijdens de gevechten van september en oktober 1944 bleef Maasdam zo lang mogelijk in Huissen. Samen met Eef Hoedt en Henny Derksen ontruimde hij in de periode van 2 tot 15 oktober de getroffen schuilkelders. Daarbij liep hij ook lijkvergiftiging op. In 1946 vertrok Maasdam uit Huissen. In dat jaar werd de marechaussee (oude stijl) opgeheven. Hij bleef in politiedienst in Twello. Op hoge leeftijd overleed hij in 1993 in Driebergen.